Waterpolo, dat doe je bij De Vuursche

Waterpolo

De Vuursche heeft in haar historie grootse successen met het waterpolo behaald. Met als hoogtepunt; het Nederlands kampioenschap voor de dames en ook meisjes aspiranten. Kampioenschappen die mede mogelijk werden gemaakt door goed samenspel.  Dat laatste is dus, naast goede techniek en conditie, misschien wel het belangrijkste bij het spelen van waterpolo. Waterpolo kun je al jong leren. Want wat is er leuker dan zwemmen met een bal?

De Vuursche heeft enkele jeugdteams in de leeftijd tot 17 jaar, één damesteam en drie herenteams. Het competitieseizoen loopt van september tot medio april, waarbij de waterpolowedstrijden hoofdzakelijk op zaterdag (namiddag / avond) worden gespeeld. Soms worden er wedstrijden op zondag gespeeld. De verschillende waterpoloteams staan onder leiding van enthousiaste en ook enkele gediplomeerde waterpolotrainers. Zij worden bijgestaan door leden die op hun niveau actief zijn en graag hun kennis en ervaring aan andere leden willen overdragen. De allerjongste kinderen laten we kennis maken met de zwem- en waterpolo beginselen door middel van onze Donderkoppies.

Zwemclub de Vuursche doet ook mee aan het High-5 programma van de gemeente Baarn.

Waterpolo in een notendop; In het zwembad liggen lijnen en twee doelen. De lijnen laten zien waar het speelveld begint en eindigt. Verder heb je natuurlijk een bal nodig. Kinderen spelen met een kleine bal. De bal van volwassenen is net zo groot als een voetbal. Wel is de bal zwaarder dan een voetbal. Ook heeft elke speler een cap op. Spelers van hetzelfde team hebben dezelfde kleur cap. De scheidsrechter, jury en het publiek kunnen zo goed zien wie er bij elkaar horen. De ploeg die thuis speelt, speelt met een witte cap. De ploeg die uit speelt, speelt met een blauwe cap. De keepers hebben een rode cap. Op de caps staat een nummer.

 

Een waterpolowedstrijd in het kort:

Duur; Een wedstrijd bestaat uit vier perioden. Het verschilt per leeftijd hoelang een periode duurt. Bij de allerjongsten duurt een periode vier minuten. Bij de volwassenen duurt een periode acht minuten. Als het spel stil ligt wordt de klok stopgezet.

Teams; Twee teams spelen tegen elkaar. Per team liggen er zes spelers en een keeper in het water. Er mag vaak gewisseld worden. Tot 11 jaar speel je vijf tegen vijf.

Begin van de wedstrijd; De twee teams liggen bij hun doel. De scheidsrechter gooit de bal in het midden. Hij fluit. Dan mag iedereen naar de bal toe zwemmen. Het team dat de bal als eerste heeft, mag verder spelen.

De winnaar; Het team met de meeste doelpunten wint de wedstrijd.

Scheidsrechters en jury; De scheidsrechters zorgen ervoor dat de wedstrijd goed verloopt. De spelers kunnen de scheidsrechters in het water niet goed horen. Daarom gebruikt de scheidsrechter handgebaren en een fluitje. Ook is er een jury. De jury let op de tijd, houdt de score bij en houdt bij wie eruit gestuurd wordt.

 

Belangrijkste spelregels:

  • je mag de bal niet met twee handen vasthouden (behalve bij de F-jeugd).
  • je mag de bal niet onder water duwen.
  • als je de bal vasthebt, mag je tegenstander je aanraken. Hij mag dan proberen de bal af te pakken.
  • je mag niet op de bodem staan of aan de kant hangen.
  • als je een vrije bal hebt, mag je niet aangevallen worden.
  • als er een doelpunt is gescoord gaan beide ploegen terug naar hun eigen speelhelft. De ploeg die het doelpunt tegen kreeg, mag de bal op eigen helft uitnemen.

Manmeer; Als je een zware overtreding maakt, word je uit het water gestuurd. Bijvoorbeeld als je iemand aan zijn benen trekt. Je moet dan in een hoek van het zwembad gaan liggen. De tegenpartij heeft dan een ‘man meer’. Zij proberen natuurlijk een doelpunt te maken. Na twintig seconden mag je weer terugkomen. Maar als je drie keer uit het water wordt gestuurd mag je niet meer meedoen aan de wedstrijd.